De Europese Commissie heeft haar twijfels over de veelheid aan financiële regels die na de crisis van 2008 werden opgelegd. Daarom schreef ze een consultatie uit waar vooral de financiële sector op heeft gereageerd. Vraag is of (de)regulering zal uitmonden in een efficiëntere en meer betrouwbare controle op de financiële wereld.

(Foto: (c) Who is Danny) 

Door de financiële crisis werd Europa in 2009 bedolven onder een lawineëaan regelsëom het vertrouwen in de financiële sector te herstellen en de consument beter te beschermen. De diversiteit van de sector maakt dat er voor elke branche wel een richtlijn of verordening werdëuitgewerkt. Voor de banken heb je CRR/CRD IV die de kapitaalvereisten bepaalt, voor de verzekeringssector legt Solvency II alle regelgeving en toezichtsvoorwaarden vast, en EMIR moet ervoor zorgen dat de markt in afgeleide financiële producten (derivaten) transparanter en stabieler wordt.

De Europese Commissie vreest echter dat financiële instellingen en consumenten door al die regulatoire boompjes het bos niet meer zien en dat die inefficiëntie mogelijk de economie schade berokkent. Daarom heeft ze van 30 september 2015 tot 31 januari 2016 een consultatie uitgeschreven over de Europese financiële regelgeving in het algemeen en het effect ervan op de Europese economie.

Er zijn vier grote vragen waar het Directoraat-Generaal van Jonathan Hill (DG FISMA), commissaris voor Financiële Markten en Diensten, graag antwoord op wil. In hoeverre beperkt of bevordert alle regelgeving de economische financiering en groei? Is de regelgeving niet nodeloos complex en veeleisend? Spelen de verschillende regeltjes niet op elkaar in met het risico van ongewenste achterpoortjes waarlangs bepaalde verplichtingen te omzeilen zijn? En tenslotte, hebben de afgelopen 6 jaar van regulatoire arbeid bepaalde ongewenste effecten gehad?

Deregulering?

Vaagheid en voorwaardelijkheid troef, maar toch riep de commissie alle belanghebbenden uit de openbare en privësector op om, met bewijzen onder de arm, antwoord te geven op die vragen.

En die ‘stakeholders’ hebben massaal gereageerd. In totaal heeft het DG FISMA 287 antwoorden ontvangen waarvan er 177 uit de financiële sector komen. Voornamelijk banken, beurshuizen, verzekeraars en investeerders hebben gereageerd. Verder hebben een dertigtal openbare instellingen en 6 ngo’s geantwoord.

Experts en organisaties die de materie volgen, vrezen dat de Commissie een nieuwe dereguleringsgolf op gang wil trekken

Een belangrijke nieuwigheid in deze consultatie is de specifieke ‘call for empirical evidence’. Meestal worden er enkel open vragen gesteld, maar hier vraagt de Commissie data en bewijzen waarmee de respondenten hun kritiek op de bestaande regulering en voorstellen voor verandering moeten staven. Daarmee speelt ze vooral in de kaart van de financiële spelers die een massa aan gegevens en voorbeelden hebben om de uitkomst van deze herzieningsoperatie in hun voordeel te laten uitdraaien.

Experts en organisaties die de materie volgen, vrezen dat de Commissie daarmee een nieuwe dereguleringsgolf op gang wil trekken. Die past perfect binnen haar ‘Better Regulation‘-agenda waarmee ze de stapsgewijs alle Europese wetgeving tegen het licht wil houden. De Europese Centrale Bank wijst er echter in haar antwoord op dat de volledige implementatie van financiële regelgeving voor de EU nog niet voltooid is.

In mei komt er een openbare zitting in het Europees Parlement en tegen de zomer wil de Commissie de reacties hebben samengevat en met eigen voorstellen op de proppen komen.

Leave a Reply