De hervorming van het secundair onderwijs is een dossier dat al enkele Vlaamse legislaturen op tafel ligt en te pas en te onpas de gemoederen verhit. Zo ook gisteren, toen Gwendolyn Rutten dreigde het masterplan open te breken. Zoals steedsëblijft de onderwijswereld in het ongewisse.

Gwendolyn Rutten 620

Gwendolyn Rutten (Foto: Stampmedia (c) Laura Sear)

Het omstreden ‘masterplan’ is een erfenis van vorig onderwijsminister Pascal Smet. De vorige Vlaamse coalitiepartners CD&V, N-VA en sp.a, keurden het op het einde van de legislatuur goed nadat ze Smets’ eerdere plannen als te ambitieus en verregaand aan de kant hadden geschoven. In het huidige Vlaamse regeerakkoord, dat Open VLDëmee ondertekende, staat over het plan enkel dat de regering het ‘in dialoog met de onderwijswereld zal uitvoeren.’ Aan die dialoog is onderwijsminister Crevits in 2014 begonnen, maar volgens de onderwijspartners is daar niet veel concreets uitgekomen.

Vaagheid troef

De aanhoudende politieke ruzies en de oneindige besluiteloosheid leggen de zwaktes van het masterplan bloot. Het is te vaag en voor interpretatie vatbaar. In zijn advies op het plan merkte de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) in 2013 al op dat ‘bijna alle punten van het masterplan nog verder uitgewerkt moeten worden.’ Bij de voorstelling van het plan gaf elke partij het dan ook een eigen invulling. Zo stelde minister Smet dat de tussenschotten ASO, TSO, KSOëen BSOëzouden verdwijnen en dat de hervorming verplicht was voor alle scholen. Op hetzelfde moment legde N-VA-voorzitter Bart De Wever het plan voor als een keuze en glunderde hij dat ASO-richtingen zouden blijven bestaan.

Die voortdurende onduidelijkheid zorgt ook nu weer voor onzekerheid bij scholen, ouders en andere onderwijspartners. Dat zegt Luc De Man, voorzitter van de Raad Secundair Onderwijs binnen de VLOR: ‘Van het masterplan zijn er 2 of 3 lezingen mogelijk. Dat zorgt voor verwarring en onzekerheden bij scholen en ouders. Zo zie je dat scholen verschillende initiatieven nemen rond de voorstellen in het plan, maar die gaan alle richtingen uit. Sommige scholen zijn al bezig met de uitbouw van een brede eerste graad, maar er zijn er net zo goed die inzetten op meer specialisatie. Er bestaat ook nog onvoldoende decretale basis waarop ze al die projecten kunnen stoelen. Het plan spoort initiatieven aan die later misschien teruggeschroefd moeten worden en houdt verbeteringen tegen die nu al ingevoerd kunnen worden.’

De minister zit nog steeds in de verkennende fase, maar die verkenning is eigenlijk al sinds de aanstelling van Monard in 2008 aan de gang

De VLORëplaatste gisteren een brief op haar website waarin ze aandringt op meer duidelijkheid over de modernisering van het secundair onderwijs. De tussentitels luiden veelzeggend: ‘Onduidelijkheid voor scholen’, ‘Onduidelijkheid voor leerlingen en ouders’ en ‘Onduidelijkheid voor de VLOR.’

‘Ook bij de ouders is de onduidelijkheid over de hervorming de grootste bezorgdheid,’ zo zegt Ludo Claes, voorzitter van Koogo, de koepel van ouderverenigingen van het officieel gesubsidieerd onderwijs. ‘De grote vraag die steeds naar voren komt is: waar wil men naartoe?’ ‘Het is een beetje de trein der traagheid,’ gaat Claes verder. ‘De minister zit nog steeds in een verkennende fase, waarin ze zoveel mogelijk informatie uit alle hoeken wil verzamelen. Maar die verkenning is eigenlijk al sinds de aanstelling van Monard in 2008 aan de gang.’

Van de onderwijsuitgeverijen komen dezelfde signalen. ‘Om nieuw en actueel lesmateriaal uit te brengen, zijn we afhankelijk van de beslissingen van het beleid,’ vertelt een medewerker van een onderwijsuitgeverij. ‘Het uitblijven van concrete beslissingen heeft een grote impact op ons werk. Een gemiddeld uitgeef-traject duurt wel even dus is het ook voor ons van belang dat er snel duidelijkheid komt,’ klinkt het nog.

De eerste aanzet

Die stuurloosheid is een kwaal waar de eerdere hervormingsplannen ook mee kampten. Een eerste aanzet tot een aanzienlijke ommezwaai van het secundair onderwijs werd genomen door Frank Vandenbroucke die tussen 2004 en 2009 Vlaams minister van Onderwijs was. Hij stuurde in 2008 oud-onderwijskabinetschef George Monard het veld in om met concrete hervormingsvoorstellen terug te keren. In 2009 kwam daar een eindrapport uit voort, sindsdien bekend als het rapport Monard. Dat bevatte de krijtlijnen voor veranderingen waar de volgende ministers mee aan de slag gingen.

Specifiek voor het secundair bevat het rapport een aantal concrete aanknopingspunten. Zo wil het de 3 graden wel behouden, maar ze niet langer opdelen in onderwijsvormen (aso, tso, kso en bso). Die wil het vervangen door belangstellingsgebieden en zo de negatieve perceptie, waar vooral TSOëen BSOëonder lijden, tegengaan. Concrete belangstellingsgebieden vermeldt het rapport niet. Verder stelt het dat de oriënterende functie van de eerste graad versterkt en verbreed moet worden. Zo wilde Monard het scharnierpunt waarop leerlingen een bepaalde richting kiezen, verschuivenënaar 14 jaar. Voor de totale 6 jaar van het middelbaar voorziet het rapport een A-stroom richting arbeidsmarkt en een D-stroom richting hoger onderwijs.

Schitterend

De eerste minister die de aanbevelingen van Monard in politieke voorstellen mocht gieten, was Pascal Smet die in 2009 binnen de Vlaamse regering-Peeters, tot verrassing van sommigen en afgrijzen van anderen, Vandenbroucke opvolgde als nieuwe onderwijsminister. In september 2010 stelde hij zijn visienota ‘Mensen doen schitteren’ voor. Die moest als basis dienen voor nieuwe onderwijsdecreten. Daarin nam Smet de voorstellen van het Rapport Monard over en scherpte ze zowel structureel als inhoudelijk verder aan.

Zo moet volgens de nota de eerste graad een brede algemene vorming worden voor alle leerlingen. Via een basisvakkenpakket krijgen de leerlingen een eerste aanraking met de 6 belangstellingsgebieden: techniek en wetenschappen, natuur en wetenschappen, welzijn en sociale wetenschappen, handel en economische wetenschappen, creatie en kunst, taal en letterkunde. Die verplichte verbreding baarde oorspronkelijk heel wat technische en beroepsscholen zorgen omdat ze hun curriculum van de eerste graad zouden moeten omgooien met alle praktische en financiële gevolgen van dien.

De verplichte verbreding baarde heel wat technische en beroepsscholen zorgen omdat ze hun curriculum van de eerste graad zouden moeten omgooien met alle praktische en financiële gevolgen van dien

De tweede graad maakt al iets gerichtere keuzes mogelijk. Binnen bepaalde studiedomeinen krijgen leerlingen een basispakket van algemene vakken voorgeschoteld in combinatie met meer specifieke competenties. Mogelijke domeinen binnen het belangstellingsgebied ‘techniek en wetenschappen’ zijn bijvoorbeeld ‘hout’, ‘bouw’, of ‘textiel’, of tot het gebied ‘welzijn en sociale wetenschappen’ behoren de domeinen ‘lichaamszorg en gezondheid’ of ‘sport en bewegingsleer’.

Pas in de derde graad kunnen leerlingen uit drie vaste studietrajecten kiezen: eentje richting academisch hoger onderwijs, eentje richting professioneel hoger onderwijs of de arbeidsmarkt en een rechtstreeks richting arbeidsmarkt. Binnen elke graad voorziet de nota ook voldoende differentiatiemogelijkheden waarmee de zwakkere leerlingen extra begeleiding krijgen, en de sterkere extra uitdaging.

Big Bang

Die aanscherping en gedetailleerde invulling zorgde voor heel wat maatschappelijke en politieke ophef. Het afschaffen van de tussenschotten, de brede algemene graad voor alle leerlingen, de onderverdeling in belangstellingsgebieden en domeinen’ De onderwijswereld ervoer heel de hervormingspolitiek als een big bang.

Dat vergemakkelijkte allesbehalve de onderhandelingen over het dossier binnen de politiek, maar ook met onderwijskoepels en vakbonden. Daarbovenop ontstond er binnen de Vlaamse meerderheidspartijen in 2012 heel wat onenigheid over de voorstellen van Smet. Vooral N-VA-voorzitter De Wever trok fel van leer tegen de mogelijke verdwijning van de onderwijsvormen, meer in het bijzonder het ASO. Herinner u ‘Met de N-VA zal het ASO nooit afgeschaft worden.’ Het werd snel duidelijk dat een akkoord over de visienota van Smet heel moeilijk zou worden waardoor hij zijn big bang-aanpak moest afzwakken tot de stapsgewijze hervorming van het masterplan.

Leave a Reply